Press

Interview by Christine Otten (Dutch)

NACHTSFEER IN DE POLDER

Jazzy muziek voor Hollandse poëzie

door Christine Otten
NRC Handelsblad, 25-6-2004

De klanken van Jan Klug botsen met de gedichten die hij toonzet. Pas langzaamaan wordt duidelijk hoe verraderlijk zijn bescheidenheid is.

Alles aan saxofonist en componist Jan Klug ademt bescheidenheid. Zijn manier van praten: zacht, fluisterend soms, nooit ongevraagd inbrekend in een gesprek. Zijn voorkomen: een vriendelijke terughoudende blik, zwarte en grijze kleding. En zijn muziek. "Ik speel nooit een solo waarvoor het publiek opstaat en klapt," zegt hij. Klugs composities zijn sfeerbeelden, soundscapes, ijle langgerekte en soms grillige tonen waarop allerlei vreemde effecten zijn losgelaten. En bijna altijd zijn ze dienstbaar aan andere kunstenaars, zoals aan de Groningse dichters Tjitse Hofman en Bart FM Droog, die samen met Klug de Dichters uit Epibreren heten.

Onlangs verscheen de eerste cd van dit poeziecollectief, 'Wei Epibreren', waarop twintig gedichten op muziek staan. Luisterend naar de cd wordt langzaam duidelijk hoe verradelijk die bescheidenheid van Klug (1971) is. Hofman en Droog hebben duidelijk ieder een eigen stijl van schrijven en voordragen. Hofmans gedichten zijn ijl en onpretentieus en bezingen vaak de natuur of de liefde, met een luchtige, soms wat vileine stem ('Zij bloeide/ het was de tijd van hooi/ van werken en insecten.'). De poezie van Droog is grimmiger en wanhopiger; zijn performance aards en compact ('Ben niet geschikt voor dagelijks gebruik/ ga voorbij aan liefde…').

Nergens dringt Klugs muziek op de voorgrond. Maar gaandeweg gebeurt er wel iets wonderlijks. Het is alsof de muziek van Klug zich om ieder afzonderlijk woord kronkelt. En toch laat hij zijn tonen niet versmelten met de poezie. Het is meer zo dat Klugs klanken en melodielijnen en ritmes juist botsen met de woorden, met hun betekenis, waardoor je enerzijds intensiever naar de muziek gaat luisteren, maar tegelijkertijd wordt meegezogen in de sfeer van het gedicht.

Zoals in 'Hooi', het openingsgedicht van Hofman. Het begint plotseling: losse pianotonen dwarrelen omlaag, zacht geklater van bekkens, een donker achtergrondgeluid en dan speelt Klug een paar hese tonen op zijn tenorsaxofoon en waan je je in een nachtclub ergens in Harlem of New Orleans, is het alsof je de blauwe walm van sigarettenrook inademt, de geur van whisky en cognac proeft. Dan pas valt Hofman in met zijn onschuldige lenteachtige woorden over de tijd van hooi, '…de tijd van zoet/ het zoemen van bloezem/ zweet en stof.' En hups, je bent weer in Nederland, op een warme wolkenloze dag in een Noordelijk polderlandschap. Klug is duidelijk aan de haal gegaan met Hofmans oerhollandse werkmanszweet en stof en heeft er een geheel eigen, donkere en jazzy interpretatie aan gegeven.

Jan Klug: "Ik hou ervan muziek bij iets anders te maken. Bij dans, videobeelden, theater. Gedichten. Poezie heeft het voordeel dat je meteen klank en ritme hoort, en dat woorden ook nog eens betekenis hebben. Als ik een gedicht hoor dat me op een of andere manier raakt, weet ik meteen wat voor tonen erbij moeten, welke sfeer, welke instrumenten. Misschien komt het omdat ik zo muziek heb leren spelen: door mee te doen met wat ik op radio hoorde of wanneer ik platen draaide. Ik speelde vroeger uren mee met Pink Floyd, en later met John Coltrane. Niet naspelen maar meespelen, improviseren. Als er een saxofoonsolo was, speelde ik er ook een, maar dan anders. Het gaf me een geweldig gevoel: alsof ik samen met Pink Floyd of Coltrane speelde, alsof ik in hun band zat."

Coltrane. Zijn naam valt een aantal keren tijdens het gesprek. "Zonder hem was ik nooit saxofoon gaan spelen, en zeker geen sopraansax. Wat zijn muziek met me doet kan ik nauwelijks verwoorden. Zijn tonen resoneren op een bepaalde manier in mijn hersenen. Alsof er geen gedachten aan zijn muziek te pas zijn gekomen, alsof het pure emotie is. Toen ik voor het eerst A Love Supreme hoorde… Zelfs als ik er nu over praat krijg ik rillingen."
Op tafel ligt het boek dat Ashley Kahn schreef over Coltrane's meesterwerk, 'A Love Supreme'. Khan ontdekte via Coltranes weduwe dat de meester dikwijls componeerde op woorden. Zo is zijn beroemde stuk Alabama, over de moord op vier zwarte meisjes in een kerk in Birmingham, Alabama, geschreven na het luisteren naar een speech van Ds. Martin Luther King. En ook zelf schreef Coltrane gedichten. Korte liefdesgedichten in de vorm van briefjes aan zijn echtgenote. 'How kind you are to me- to give- the universe revealed I see/ Yes now I'll go to sleep- it's right, sweet- I rest in peace/ At night-'

"Ik wist dat niet," zegt Jan Klug. "Ik vind het een mooie ontdekking. Kijk, hier staat het." Leest hardop. "'Coltrane began to think of his poetry as a compositional tool, finding melodic ideas in the cadendes of language."

"Ik begrijp hoe het werkt, al schrijf ik zelf geen gedichten en al zou ik mezelf nooit met Coltrane durven vergelijken. Het gaat om het triggeren van de juiste tonen, het juiste ritme, de kleuren van de klanken. Taal leent zich daar zo goed voor. Ken je Boris Vian?"

Klug veert op en vertelt over zijn liefde voor het werk van de beroemde surrealistische Franse schrijver, zanger, tekstschrijver, dichter, trompettist en jazzkenner. Vian was net zo thuis in de wereld van Miles Davis en Duke Ellington als die van Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir. Een literaire en politieke non-conformist.

"Ik ben al jaren fan van zijn boeken, zegt Klug. "Hij schetst absurde beelden, maar hij creeert wel een eigen logica waarbinnen dat past. Zijn opvatting is dat wat je bedenkt waar is. Je kunt je eigen waarheid maken. Bij hem kun je lezen dat hij een stad binnen wandelt, dat het gras rood is en dat de huizen nog niet zo hoog gegroeid zijn. En je gelooft hem. Zijn manier van denken inspireert me. Hoe ik aan mijn muziek werk: intuitief, improviserend, iedere toon roept vanzelf een andere toon op, een andere sfeer. Tamelijk toevallig ontstaat zo een compositie die er daarvoor niet was maar die wel heel echt is."

Kraftwerk

Jan Klug groeide op in het Noord-Duitse plaatsje Leer. Studeerde twee jaar informatica in het nabij gelegen Oldenburg voordat hij in Groningen saxofoon en compositie ging studeren aan het conservatorium. "Mijn vader hield van bands als Can, Pink Floyd, Kraftwerk. Ik had mijn eerste Kraftwerkervaring op mijn derde of vierde. Toen kwam 'Autobahn' uit." De tweeentwintig minuten durende electronische lofzang op de snelweg zette de popmuziek in de jaren zeventig op z'n kop. Het werd op slag een hit. En dat was nogal bijzonder voor zo'n lang nummer waarin het grijze geluid van ronkende motoren de voornaamste toonveranderingen aangaven en de zin 'Wir far'n far'n auf der Autobahn' eindeloos werd herhaald.

Klug: "Het staat me heel sterk bij dat het steeds op de radio kwam. Het gekke is dat ik pas de laatste jaren, sinds het werken aan de cd, besef hoe ik door die electronische Duitse muziek beinvloed ben, hoe leuk ik dat vind."

Of ik niet op de rommel wil letten, vraagt hij schuchter wanneer we zijn woonwerkkamer annex studio in een een voormalig kraakpand aan de Groningse Emmastraat binnen gaan. Het interieur verraadt een obsessieve manier van werken. Alsof er een orkaan heeft gewoed. Overal liggen cd's, tapes, microfoons, rietjes voor de saxofoons, snoeren, kleren, kranten, boeken. Zijn bureau is ingebouwd door instrumenten en apparatuur: een oud harmonium, een hammondorgel, nog van zijn grootvader, een piano, een keyboard, geluidsboxen, een sopraansax op een standaard, een tenorsax.

Temidden van al die drukte lijkt zijn werkblad een altaar dat een vreemdsoortige rust uitstraalt. Het zilveren beeldscherm van de laptop glinstert je tegemoet. De lampjes van het mengpaneel ernaast knipperen groen en rood op het lome ritme van een van zijn eigen composities. Klug ziet me kijken. Enthousiast: "Sinds twee jaar gebruik ik de computer als instrument. Tijdens optredens en ook voor de cd."

"Op een gegeven moment was het alsof mijn vingers vergroeiden met het toetsenbord van de laptop. Al die mogelijkheden! Door de computer kon ik voor het eerst electronische effecten als echo en delay (het 'uitstellen' van klanken, C.O.) deel van de compositie laten zijn en niet achteraf toevoegen, zoals gebruikelijk is. Ik kan allerlei samples inladen -een drumloop van een maat, stukjes gesproken woord, een loopje van een bepaald akkoord- en daarmee aan de slag gaan. Ik kan tonen uitrekken of zolang laten rondzingen totdat je alleen nog een ijle zoem hoort. Ik houd van dat soort vervreemdende klanken."

Toch onderhoudt Klug een lastige haat/liefde verhouding met de techniek. "Electronische muziek glijdt zo makkelijk langs je heen; het klinkt gauw te perfect. Ik heb erg mijn best moeten doen de muziek warm en grijpbaar te laten klinken. Dat deed ik door alles in deze kamer op te nemen en niet in een studio. Daardoor werd de sound meteen een stuk echter. En ik moest alle tonen en geluiden een beetje kapot maken, breken, verstoren."

Zijn blik glijdt over het boek over Coltrane. "Dat stukje in A Love Supreme… waar hij zelf zingt…", zegt hij, hardop denkend. "A love supreme, a love supreme, a love supreme…het klinkt nogal mantra-achtig, monotoon, hij kan niet echt zingen, maar die paar woorden hebben een enorm effect, het geluid van die stem... Ik zou het leuk vinden als mensen vinden dat mijn muziek ademt, dat er ruimte inzit, juist voor woorden, de woorden moeten kunnen groeien binnen de muziek."

Onschuld

Een van de mooiste gedichten op de cd is 'Het is mei en het regent'. Met een voor hem ongebruikelijke lichtheid draagt Bart FM Droog het voor. Maar voordat zijn stem klinkt, zet de muziek de toon. Voorzichtige, resonerende tonen van een keyboard; een hoge zangerige fluittoon op de achtergrond en dan is er ineens een haperend ritme dat nogal ingeblikt klinkt. Maar wanneer Droog inzet: 'Het is mei en het regent en ik denk aan jou/ en jij aan mij op deze dag in mei dat het regent/en vogels krijsen in het stuweel en het regent/ het regent, in mei, in mij, in mei.', wordt de fluittoon sterker en weemoediger en melodischer en ineens grijpen Droogs woorden je bij de keel. 'die mei met jou en mij, zij aan zij/ als het regent in mij denk ik aan die mei/ dat jij mij zei mijn lief, mijn zoet, die dag/ die dag in mij zo lang voorbij.'
Het is alsof de muziek de woorden van hun ontschuld berooft en het gewicht versterkt dat de dichter er ooit, toen hij eraan werkte, in heeft willen leggen.

Ik zeg dat het gedicht wel iets van een liedje heeft. De herhalingen, de ritmische voordracht… Klug, beslist: "Ik hou niet zo van liedjes. Ik heb juist geprobeerd het principe van een liedje: intro couplet refrein couplet refrein en uittro, te vermijden omdat het te voorspelbaar is. Ik wil een sfeer neerzetten. Maar gedichten voordragen op muziek werkt niet zonder meer. Voorwaarde is dat je op elkaar reageert. Ik word wel eens gevraagd door andere dichters, maar als ik merk dat ze dezelfde toon blijven voorlezen, ongeacht wat voor muziek ik speel, stop ik meteen. Dan kun je beter kiezen voor rust en helemaal geen muziek gebruiken. Met Bart en Tjitse ging het vanzelf, ik maakte muziek bij de gedichten die ze voordroegen en zij reageerden daarop, hun voordracht werd anders, spannender, muzikaler."

Oorspronkelijk was het idee om de cd precies als de live-optredens van de groep te laten klinken. Het moest dezelfde spontanieteit en rauwheid hebben. Klug: "Wij hebben nooit echt gerepeteerd. Alles wat wij doen is improviserend tot stand gekomen. Zo dacht ik ook over de cd. Maar toen ik de eerste opnames hoorde, besefte ik dat de ritmes te monotoon waren voor een cd. Dat ik meer instrumenten nodig had om het geluid te verdiepen: gitaar, een oud casio-orgeltje dat ik ooit nog van mijn ouders had gekregen, theremin. Met de computer deed ik de rest: arrangeren, vervormen." Hij aarzelt even. "Componeren zeg maar."

Hij schiet in de lach. "Vroeger, voordat ik deze laptop had, dacht ik dat ik nooit zou kunnen componeren. Ik kan me niet op een toon vastleggen. Ik ben een perfectionist. Wanneer je componeert heb je een noot en ja… wat is dan de volgende? Waarom die ene kiezen uit die oneindige mogelijkheden? Is die andere noot niet veel beter? Bij improvisatie heb je geen tijd om na te denken. Je kiest terwijl je speelt. Het is alsof je in een achtbaan zit en jezelf in een diepe afgrond stort."


Wei Epibreren - De Dichters uit Epibreren, 2004. Distributie: Uitgeverij Passage of www.epibreren.com
A Love Supreme- John Coltrane. MCA Records, 1995.
A Love Supreme/ The Creation of John Coltrane's Classic Album- Ashley Kahn. Granta Publications, 2002.


© Christine Otten 2004. Auteursrecht berust bij de auteurs op basis van de Auteurswet 1912. Er mag niets uit deze website worden overgenomen, opgeslagen op media ter verspreiding onder derden, gepubliceerd of anderszins verveelvuldigd zonder uitdrukkelijke, voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.



Interview by Vrouwkje Tuinman (also Dutch)

'Ha, een schuifdidgeridoo!'

Jan Klug ziet muziek als superdrug

door Vrouwkje Tuinman
afgedrukt in 'Akkoord', nov/dec 2002

Van boventoonzang en dwarsfluit tot de zelfontworpen pataphoon: Jan Klug onderzoekt een zo breed mogelijk muzikaal spectrum. Als begeleider van dichters en theatermakers én solo. 'De betovering is mijn drijfveer.'

Ooit musiceerde hij twee jaar niet. 'Ik zat op dwarsfluitles, maar dat werkte totaal niet. De leraar was streng en ik koppig en slordig. Bovendien wilde ik heel andere stukken spelen dan hij. Ik kreeg er zo'n aversie van, dat ik compleet met muziek gestopt ben. Met het schoolorkest, alles. Twee jaar later werd ik vreselijk verliefd. Dat meisje wilde echter niets van mij weten. Om mezelf af te leiden van die ellende heb ik de fluit weer gepakt, en ben ik gaan meespelen bij de radio en bij lp's. Improviseren. Daar knapte ik enorm van op.'
Wat liefdesverdriet al niet vermag. Inmiddels kan Jan Klug (Aken,1971) leven van de muziek. Van zijn fluiten, saxofoon en zelf uitgevonden pataphoon. Van zijn experimenten met electronica en zijn optredens met het literair trio De Dichters uit Epibreren. Klug ging internationaal op toernee Arling & Cameron, werkte met Fay Lovsky en maakt sinds enige tijd ook films. 'Van te voren heb ik dat nooit bedacht. Ik heb altijd het gevoel gehad dat als je iets te graag wilt, het niets wordt. Dat dingen vanzelf moeten groeien.'
Dus maakte Klug omwegen. 'Een van mijn eerste herinneringen is Jerry Lewis, op tv. Met een vriendje heb ik toen bedacht dat dát was wat we wilden, grappig zijn en een publiek vermaken. Hoe, daar had ik geen idee van. Lange tijd wist ik niet wat ik wilde worden. Regisseur zijn leek me een droom, maar ik ging er vanuit dat dat er wel nooit van zou komen. Uiteindelijk ging ik in Oldenburg Informatica studeren. Dat heb ik twee jaar gedaan. Ik was de enige met Muziek als bijvak. In mijn vrije tijd speelde ik in bands. Op een gegeven moment zeiden anderen dat dat veel meer bij me paste dan Informatica. Toen kon ik er niet meer omheen.'
Zoals bij hele volksstammen was ook Klugs eerste instrument een blokfluit. 'Meteen nadat we het instrument gekocht hadden, nog in de auto, kreeg ik daar al een lied uit. Ik kan me herinneren dat ik meteen het "goede blaasgevoel" had. Er gebeurde iets.' Zijn eerste concert zag hij rond zijn veertiende. 'David Bowie in Hamburg. Toen dacht ik voor het eerst dat ik hiervan misschien wel mijn leven wilde maken. Het zag er allemaal zo fantastisch uit. Op een podium staan leek me geweldig.' Klug woonde in het Duitse Leer en speelde inmiddels dwarsfluit. 'Naar een muzikale carrière werkte ik bewust niet direct toe. Eerder zoals je een schuw beest benadert: niet rechtstreeks maar schuin vanuit mijn ooghoeken. Zo kwam ik in cirkels steeds dichterbij. Ik merkte bijvoorbeeld dat het heel goed werkte om onder het maken van mijn huiswerk te musiceren. Lezen en fluitspelen tegelijk. Nog altijd houd ik ervan allerlei dagelijkse dingen en muzikale handelingen simultaan te doen.'
Klug ging in een bigband spelen, ontdekte de saxofoon, de mondharp en electronische effecten. 'Ik ben altijd erg avantgardistisch georiënteerd geweest. Met pop, maar vooral veel andere stromingen erbij. Blues, jazz en experimenten met techniek. Ik zette een effectbakje op de fluit en ben radiogolven gaan opnemen, waarmee ik vervolgens weer nieuwe geluiden maakte. Dat deed ik als kind al, maar nu begon ik te merken dat ik dat in muziek kon gebruiken.'
In zijn studietijd raakte hij betrokken bij nieuwe bands. 'Die mensen experimenteerden. Ze zaten uren in een kelder te spelen, zonder programma, bladmuziek of arrangementen. Heftige muziek, echt freaken, met ervaren musici. In die bands musiceerde ik op mijn gevoel. Ik was me niet bewust dat ik in een 7/4 maat aan het spelen was, die dingen gingen vanzelf. Voor het eerst ervaarde ik de roes van het spelen. Ik heb later ook nooit met echte drugs geëxperimenteerd. Dat leek me altijd een beetje nep. Als muziek al zo'n superdrug is, waarom zou je het dan elders zoeken?'

Notentrauma

Aanvankelijk overwoog Klug nog om geluidsman te worden. 'Daarmee kun je altijd wel je brood verdienen. Gelukkig heb ik die stap niet genomen. Ik kom vaak mensen tegen die, ondanks andere aspiraties, zijn blijven hangen in de techniek. Dan is muziek een middel, geen doel. De magie is er niet.' Klug besloot met Informatica te stoppen en in Groningen saxofoon te gaan studeren. 'Daar werd ik in het diepe gegooid. Van notenleer wist ik vrijwel niets. Literatuur lezen en studieboeken doornemen tijdens het spelen was nooit een probleem geweest, maar bladmuziek, dat lukte aanvankelijk totaal niet. Toch stopten ze me direct in een bigband. Leider Henk Meutgeert was heel streng, hoorde elke fout. Dat waren er heel wat, bij mij. De hele bigband zat naar me te kijken, en vooral ook naar hun horloge. Confronterend; ik kreeg er een soort notentrauma van. Als ik een muziekblad zag dacht ik meteen: shit, dat gaat niet goed.'
Toch leerde Klug veel van de bigband. 'Je móest wel met partituren leren werken, dat allereerst. Ook leerde ik om ontspannen met op het oog onmogelijke situaties om te gaan. If you can't make it, you've got to fake it. Tegenwoordig denk ik in moeilijke situaties glimlachend dat ik het allemaal wel zal overleven.' Klug miste wel het een en ander in zijn opleiding. 'Vooral het "zoeken". Ik dacht dat mijn medestudenten ook zouden experimenteren met muziek, dingen uitproberen. Dat deden ze niet en het werd ook niet van je verwacht. Als er geïmproviseerd werd, deed je dat over vastgelegde schema's. lk had dat nooit verwacht, begon er werkelijk heel naïef aan.'
Zes jaar geleden raakte hij betrokken bij de Dichters uit Epibreren. Dit gezelschap, inmiddels al jaren een vast trio met daarin Klug en de dichters Bart FM Droog en Tjitse Hofman, treedt op met een combinatie van poëzie, muziek en theatrale elementen. In het voorjaar van 1996 werd Klug gevraagd zich aan te sluiten. 'Het klinkt een beetje mysterieus, maar het was toch echt zo: ik zat in een sprookjesbos te spelen op mijn didgeridoo. Onder een boom, met een effectbak onder de takken verstopt. Het was voor een tentoonstelling. Tjitse hoorde mijn muziek en vroeg me om in te vallen bij een optreden. De gedichten begreep ik niet erg, want mijn Nederlands was slecht, maar ik voelde ze wel aan. Hoewel er leuke misverstanden ontstonden, de eerste tijd. Dat ik dacht dat het gedicht "bunker" over een "punker" ging en ik er een heel heftig muziekje onder zette. Het duurde maanden voor ik dat in de gaten had.'
Daarna begon een soort dubbelleven. 'Overdag deed ik het conservatorium, 's avonds en in het weekend was ik met Epibreren bezig. Ik kreeg veel praktijk, maar kon weinig studeren. Door mijn pianolessen heb ik me bijvoorbeeld echt heen moeten wurmen.' Hij probeerde steeds meer uit, zoals het boventoonzingen. 'Het is altijd belangrijk voor me geweest om nieuwe instrumenten, en dus ook mijn stem, te exploreren. Mijn docent Jan Kuiper, met wie ik nu weer samenspeel in het World Groove Project van de Jungle Warriors, vond het wel interessant en stimuleerde me.'
Op een dag vond Klug een heus instrument uit, de pataphoon. 'Ik was aan het knutselen met buizen en mondstukken, om te kijken wat goed werkt. Het moest een nieuwe didgeridoo worden. Eenmaal in de bouwmarkt wist ik de benodigde diameter voor de buis niet meer. Dus kocht ik twee verschillende. Toen die in elkaar bleken te passen dacht ik: ha, een schuifdidgeridoo! Op de grond zag ik een saxofoonmondstuk liggen en ook dat bleek te passen.' Een nieuw instrument was geboren. 'Het grote verschil met de didgeridoo is dat mondstuk. Daarmee kun je overblazen, toonladders spelen. De pataphoon lijkt enigszins op een basklarinet, maar is schuifbaar. Ik gebruik er bovendien veel electronica omheen. Dan komt pas echt de kracht naar boven.'
Klug bedacht de naam als eerbetoon aan de patafysica. Dit is een wetenschap van uitzonderingen en denkbeeldige oplossingen, waarin bewust werkelijkheid en droom, wetenschap en fictie met elkaar verward worden. 'Dingen die je bedenkt zijn volgens de patafysica per definitie waar. Omdat de tamelijk absurde pataphoon bij toeval ontstond, en vervolgens zeer serieus werd ingezet, is dat helemaal volgens de wetten van de patafysica.'

Trial and error

Klug combineert niet alleen graag instrumenten en technieken, maar ook muzieksoorten en disciplines. Hij maakt deel uit van Jungle Warriors, een Gronings initiatief dat in wisselende bezetting jazz en wereldmuziek samen laat gaan. Hij werkte met Plan Kruutntone, dat op de cd Gelijktijdigwiel een nieuwe vorm van volksmuziek ontwikkelde met flarden zigeunermuziek, blues en jazz. En als Dichter uit Epibreren maakt hij soundscapes bij poëzie. 'Muziek ontstaat bij mij meestal in een context. Bij sterke beelden of teksten. De laatste tijd heb ik veel gewerkt met een nieuw, naamloos gezelschap. Video, muziek en theater worden daar op het podium samengesmolten. In de herfst komt er een nieuw voorstelling, die we ook drie weken in New York gaan opvoeren. Die wisselwerking, waarin ik deel uitmaak van heel verschillende gehelen, houd ik er graag in. Het houdt je scherp en je blijft leren.'
Dat hij daarbij werkt met mensen die soms geen professionele muzikale achtergrond hebben, vindt Klug geen probleem. 'In principe leef ik graag in beide werelden. Dingen met liefde doen staat bij mij voorop, zo vermijd je routine. Bij professionals weet je dan weer wederzijds moeiteloos wat je bedoelt. Muzikant word je niet uit boeken, maar in de praktijk. Het zit in grote én heel veel kleine dingen. Leren welke snoeren prettig werken en welke niet, doe je alleen op het podium. Trial and error.'
De laatste tijd richt Klug zich serieus op solo-optredens. 'Dat is spannend en heel anders. Als ik muziek maak bij een gedicht, doe ik dat voor de duur van het gedicht en is het een soort omlijsting. Nu moet ik zelf uitmaken hoe ik een goede opbouw maak, wanneer stilte gewenst is, wanneer kracht. Wanneer mensen zich misschien gaan vervelen. Ik probeer daarbij zo minimalistisch mogelijk te werk te gaan. Wel wil ik me meer verdiepen in de computer en de instrument-achtige uitbreiding die die kan bieden. Ook zou ik beter willen kunnen pianospelen. Als ik tijd heb, wat ik betwijfel, zou ik wel gitaar, bas en drums willen leren.' Lachend: 'Even snel.'
Dat hij uiteindelijk geen muziekdocent is geworden, waar hij wel voor is afgestudeerd, betreurt Klug niet. 'Ik was erg gefocusd op improvisatie. Mijn leerplan wordt nu wel gebruikt aan het conservatorium, maar toch weet ik zeker dat ik geen goede docent zou zijn geworden. In elk geval niet voor elke willekeurige leerling. Docenten geven vaak les in een stijl waarin ze zelf zijn opgeleid, waarin ze zelf het instrument hebben leren beheersen. In mijn geval was dat voornamelijk zelfstudie. Als docent zal ik niet snel resultaat boeken - het is frustrerend om niet de goede manier te kunnen vinden om mensen, vooral kinderen, aan te zetten het "gewoon" te gaan doen.'
Als de vele optredens het toelaten gaat Klug minstens twee keer per week naar concerten. 'Het is belangrijk om dat er in te houden. Het kan heel inspirerend zijn. Bij een goed concert word ik onrustig. Dan wil ik snel naar huis om muziek te maken. Die betovering is mijn drijfveer. Muziek is niet helder vast te leggen en te benoemen. Het moet blijven betoveren.' Hij moet wel eens denken aan het drakerige lied van John Miles: Music was my first love, and it will be my last. 'Dan krijg ik het tragische én mooie gevoel dat dat wel eens waar zou kunnen zijn.'

Selectieve agenda
In september is Jan Klug te zien in het Teleac-programma Waarom moet ik dit lezen?
5 september Met Dichters uit Epibreren in Discotheek Hemkade, Zaandam
28 september Met Dichters uit Epibreren in Perron 55, Venlo
3 oktober Met Jungle Warriors in Gigant, Apeldoorn
6 oktober Met Jungle Warriors in Volksbuurtmuseum, Den Haag
11 oktober Met Jungle Warriors in Grand Theatre, Groningen
16 en 23 oktober Met Jungle Warriors in Bimhuis, Amsterdam
18 oktober Met Jungle Warriors in RASA, Utrecht
22 oktober Met Jungle Warriors in Musis Sacrum, Arnhem

Meer informatie op www.epibreren.com en www.junglewarriors.nl